loopstoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stoel op wieltjes waardoor men zich zittend kan voortbewegen vooral in gebruik bij baby's die nog niet kunnen lopen en ouderen die niet meer kunnen lopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loopstoelen | meervoud |
| loopstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| loopstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van loop en stoel
Woordfamilie van loopstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loopstoelen | meervoud | loopstoel |
| loopstoeltje | verkleinwoord | loopstoel |
| loopstoeltjes | verkleinwoord meervoud | loopstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loopstoel zijn vastgelegd.