loofhout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- loofbomen
- hout van loofbomen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loofhoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| loofhoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van loof en hout
Woordfamilie van loofhout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loofhoutje | verkleinwoord | loofhout |
| loofhoutjes | verkleinwoord meervoud | loofhout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loofhout zijn vastgelegd.