litteken
zelfstandig naamwoord ˈlɪtekə(n)Betekenis
- een zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding
Hoe spreek je litteken uit?
/ˈlɪtekən/
Litteken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| littekens | meervoud |
| littekentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| littekentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands lijctekijn, op te vatten als samenstelling van lijk zn en teken zn met assimilatie -kt- > -tt-, in de betekenis van ‘teken van een wond’ aangetroffen vanaf 1253
Woordfamilie van litteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| littekens | meervoud | litteken |
| littekentje | verkleinwoord | litteken |
| littekentjes | verkleinwoord meervoud | litteken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van litteken zijn vastgelegd.