linkeroor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het oor aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| linkeroortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| linkeroortjes | verkleinwoord, meervoud |
| linkeroren | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van linker (links met het invoegsel -er-) en oor
Woordfamilie van linkeroor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| linkeroortje | verkleinwoord | linkeroor |
| linkeroortjes | verkleinwoord meervoud | linkeroor |
| linkeroren | meervoud | linkeroor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van linkeroor zijn vastgelegd.