linkerarm
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de arm aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| linkerarmen | meervoud |
| linkerarmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| linkerarmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van linker (links met het invoegsel -er-) en arm
Woordfamilie van linkerarm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| linkerarmen | meervoud | linkerarm |
| linkerarmpje | verkleinwoord | linkerarm |
| linkerarmpjes | verkleinwoord meervoud | linkerarm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van linkerarm zijn vastgelegd.