lijnrechter
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- grensrechter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lijnrechters | meervoud |
| lijnrechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lijnrechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van lijnrecht
Herkomst
samenstelling van lijn en rechter
Woordfamilie van lijnrechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lijnrechtertje | verkleinwoord | lijnrechter |
| lijnrechtertjes | verkleinwoord meervoud | lijnrechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijnrechter zijn vastgelegd.