lijkschouwer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- forensisch arts die het lichaam van een overledene onderzoekt om de doodsoorzaak vast te stellen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lijkschouwers | meervoud |
| lijkschouwertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lijkschouwertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van lijk en schouwer (iemand die lijken schouwt)
Woordfamilie van lijkschouwer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lijkschouwers | meervoud | lijkschouwer |
| lijkschouwertje | verkleinwoord | lijkschouwer |
| lijkschouwertjes | verkleinwoord meervoud | lijkschouwer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lijkschouwer zijn vastgelegd.