lichtstroom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de uitgestraalde hoeveelheid licht per tijdseenheid, gecorrigeerd voor de spectrale gevoeligheid van het menselijk oog met als eenheid de lumen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lichtstromen | meervoud |
| lichtstroompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lichtstroompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van licht en stroom
Woordfamilie van lichtstroom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lichtstromen | meervoud | lichtstroom |
| lichtstroompje | verkleinwoord | lichtstroom |
| lichtstroompjes | verkleinwoord meervoud | lichtstroom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lichtstroom zijn vastgelegd.