leverbot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- platworm en parasiet die in de lever (van schapen, maar ook van paarden, runderen, en andere diersoorten) leeft
zelfstandig naamwoord — masculine
- Fasciola hepatica platworm en parasiet die in de lever (van schapen, maar ook van paarden, runderen, en andere diersoorten) leeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leverbotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leverbotjes | verkleinwoord, meervoud |
| leverbotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lever en bot
Woordfamilie van leverbot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leverbotje | verkleinwoord | leverbot |
| leverbotjes | verkleinwoord meervoud | leverbot |
| leverbotten | meervoud | leverbot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leverbot zijn vastgelegd.