levensruimte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zekere minimum hoeveelheid ruimte die elk dier nodig heeft om te kunnen leven
- gebied dat een volk nodig heeft of denkt te hebben dan wel zich toe-eigent
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levensruimten | meervoud |
| levensruimtes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leven en ruimte met het invoegsel -s-
Woordfamilie van levensruimte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levensruimten | meervoud | levensruimte |
| levensruimtes | meervoud | levensruimte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levensruimte zijn vastgelegd.