leuterpraat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onzinnig gepraat, nonsens, gezwam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leuterpraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leuterpraatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van leuter ww en praat
Woordfamilie van leuterpraat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leuterpraatje | verkleinwoord | leuterpraat |
| leuterpraatjes | verkleinwoord meervoud | leuterpraat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leuterpraat zijn vastgelegd.