lesgroep
zelfstandig naamwoord ˈlɛsxrupBetekenis
- mensen die regelmatig samen onderwijs krijgen, waarbij aanzienlijke onderlinge verschillen in basiskennis kunnen bestaan en het mogelijk is dat er op den duur deelnemers bijkomen of weggaan
Hoe spreek je lesgroep uit?
/ˈlɛsxrup/
Lesgroep bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lesgroepen | meervoud |
| lesgroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lesgroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van les zn en groep zn
Woordfamilie van lesgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lesgroepen | meervoud | lesgroep |
| lesgroepje | verkleinwoord | lesgroep |
| lesgroepjes | verkleinwoord meervoud | lesgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lesgroep zijn vastgelegd.