lesbus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een autobus waarin men leert rijden met een autobus
- een autobus waarin men lesgeeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lesbusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lesbusjes | verkleinwoord, meervoud |
| lesbussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van les zn en bus zn
Woordfamilie van lesbus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lesbusje | verkleinwoord | lesbus |
| lesbusjes | verkleinwoord meervoud | lesbus |
| lesbussen | meervoud | lesbus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lesbus zijn vastgelegd.