lemma
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het eerste woord van een artikel in een woordenboek of encyclopedie
- een woordenboekartikel
- een hulpstelling waarvan de juistheid in afwachting van nader bewijs wordt aangenomen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lemma's | meervoud |
| lemmaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lemmaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| lemmata | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘trefwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van lemma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lemma's | meervoud | lemma |
| lemmaatje | verkleinwoord | lemma |
| lemmaatjes | verkleinwoord meervoud | lemma |
| lemmata | meervoud | lemma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lemma zijn vastgelegd.