lelietje-van-dalen
zelfstandig naamwoord /le.li.tʲə.vɑn.da.ləⁿ/Betekenis
- Een kleine tot 30 centimeter hoge vaste plant die in het wild voorkomt in bosrijke streken, maar ook als tuinplant wordt gehouden
Hoe spreek je lelietje-van-dalen uit?
/lelitəvɑndaləⁿ/
Lelietje-van-dalen bestaat uit zes lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| a | maan |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bepaald soort kleine tot 30 centimeter hoge vaste plant, Convallaria majalis, die in het wild voorkomt in bosrijke streken, maar ook als tuinplant wordt gehouden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lelietjes-van-dalen | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
alleen verkleinwoord; (samenkoppeling) van "lelietje van dalen", deels als leenvertaling van de geslachtsnaam in het Latijn
Woordfamilie van lelietje-van-dalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lelietjes-van-dalen | verkleinwoord meervoud | lelietje-van-dalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lelietje-van-dalen zijn vastgelegd.