leiband
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een band waaraan een kind leert lopen
zelfstandig naamwoord — masculine
- een lijn, (honden)riem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leibanden | meervoud |
| leibandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leibandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘loopband’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van leiband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leibanden | meervoud | leiband |
| leibandje | verkleinwoord | leiband |
| leibandjes | verkleinwoord meervoud | leiband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leiband zijn vastgelegd.