legitimist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanhanger van de leer dat de vorstelijke waardigheid en macht een eigen recht is (onafhankelijk van de volkswil)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legitimisten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanhanger van de leer dat de vorstelijke macht een eigen recht is’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van legitimist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legitimisten | meervoud | legitimist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legitimist zijn vastgelegd.