legislatuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het wetgevend lichaam of de wetgevende macht van een bepaald land
- het maken van wetten en het uitoefenen van andere bevoegdheden van de wetgevende macht
- zittingsperiode van parlement of regering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legislaturen | meervoud |
| legislatuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| legislatuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van legislatuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legislaturen | meervoud | legislatuur |
| legislatuurtje | verkleinwoord | legislatuur |
| legislatuurtjes | verkleinwoord meervoud | legislatuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legislatuur zijn vastgelegd.