legato
bijwoord, zelfstandig naamwoord leˈɡatoBetekenis
- gebonden, vloeiend (De muzieknoten worden zo gespeeld of gezongen dat ze in elkaar overlopen, of naadloos aaneengelast klinken)
Hoe spreek je legato uit?
/leˈgato/
Legato bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| g | goal |
| a | maan |
| t | tak |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een muziekpassage die gebonden, vloeiend wordt gespeeld
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘gebonden, vloeiend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1795
Woordfamilie van legato
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legato's | meervoud | legato |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legato zijn vastgelegd.