leeszaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een (openbare) ruimte waarin men kan lezen en studeren, vaak een deel van een bibliotheek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leeszaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leeszaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| leeszalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lees ww en zaal
Woordfamilie van leeszaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeszaaltje | verkleinwoord | leeszaal |
| leeszaaltjes | verkleinwoord meervoud | leeszaal |
| leeszalen | meervoud | leeszaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leeszaal zijn vastgelegd.