leesjaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- periode van 12 maanden waarin men een verzameling boeken leest; leesseizoen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leesjaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leesjaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| leesjaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lezen ww en jaar zn
Woordfamilie van leesjaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leesjaartje | verkleinwoord | leesjaar |
| leesjaartjes | verkleinwoord meervoud | leesjaar |
| leesjaren | meervoud | leesjaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leesjaar zijn vastgelegd.