leerplan
zelfstandig naamwoord ˈlerplɑnBetekenis
- een schema in de tijd van leeractiviteit|leeractiviteiten om vastgestelde leerdoel|leerdoelen te bereiken en de leerstof|leerstof, leermiddelen, begeleiding en andere hulpbronnen die daartoe worden ingezet.
Hoe spreek je leerplan uit?
/ˈlerplɑn/
Leerplan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| r | rood |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- schema in de tijd van leeractiviteiten om vastgestelde leerdoelen te bereiken en de leerstof, leermiddelen, begeleiding en andere hulpbronnen die daartoe worden ingezet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leerplannen | meervoud |
| leerplannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leerplannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van leer ww en plan zn
Woordfamilie van leerplan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leerplannen | meervoud | leerplan |
| leerplannetje | verkleinwoord | leerplan |
| leerplannetjes | verkleinwoord meervoud | leerplan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leerplan zijn vastgelegd.