leblam
zelfstandig naamwoord ˈlɛplɑmBetekenis
- jong schaap dat niet door de moeder wordt gezoogd, maar door mensen met andere melk wordt grootgebracht
Hoe spreek je leblam uit?
/ˈlɛplɑm/
Leblam bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛ | bed |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leblammeren | meervoud |
| leblammetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leblammetjes | verkleinwoord, meervoud |
| leplam |
Herkomst
samenstelling van leb ww en lam zn , van het werkwoord lebben of leppen, waar lebberen een frequentatief van is, of (ook) van het leb zn , omdat bij zogende lammetjes alleen de lebmaag werkt
Woordfamilie van leblam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leblammeren | meervoud | leblam |
| leblammetje | verkleinwoord | leblam |
| leblammetjes | verkleinwoord meervoud | leblam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leblam zijn vastgelegd.