lasmes
zelfstandig naamwoordBetekenis
- mes waarmee men overtollig materiaal van een hoepel afsnijdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lasmesje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lasmesjes | verkleinwoord, meervoud |
| lasmessen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van las ww en mes zn
Woordfamilie van lasmes
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lasmesje | verkleinwoord | lasmes |
| lasmesjes | verkleinwoord meervoud | lasmes |
| lasmessen | meervoud | lasmes |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lasmes zijn vastgelegd.