landloper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zwerver zonder beroep en vaste verblijf- of woonplaats en/of bestaansmiddelen (op het platteland)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| landlopers | meervoud |
| landlopertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| landlopertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van landlopen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van landloper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| landlopers | meervoud | landloper |
| landlopertje | verkleinwoord | landloper |
| landlopertjes | verkleinwoord meervoud | landloper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van landloper zijn vastgelegd.