landbouwminister
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een minister in een kabinet die zich bezig houdt met de landbouw en tuinbouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| landbouwministers | meervoud |
| landbouwministertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| landbouwministertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van landbouw en minister
Woordfamilie van landbouwminister
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| landbouwministers | meervoud | landbouwminister |
| landbouwministertje | verkleinwoord | landbouwminister |
| landbouwministertjes | verkleinwoord meervoud | landbouwminister |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van landbouwminister zijn vastgelegd.