lamsbout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het vlees van de bilpartij of bovenbeen van een lam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lamsbouten | meervoud |
| lamsboutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lamsboutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van lam zn en bout zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van lamsbout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lamsbouten | meervoud | lamsbout |
| lamsboutje | verkleinwoord | lamsbout |
| lamsboutjes | verkleinwoord meervoud | lamsbout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lamsbout zijn vastgelegd.