kwartaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kwart van een kalenderjaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwartaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kwartaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| kwartalen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘drie maanden’ voor het eerst aangetroffen in 1685
Woordfamilie van kwartaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwartaaltje | verkleinwoord | kwartaal |
| kwartaaltjes | verkleinwoord meervoud | kwartaal |
| kwartalen | meervoud | kwartaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwartaal zijn vastgelegd.