kwajongen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een jongen die dingen doet die men niet goedkeurt, maar die men toch aardig vindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwajongens | meervoud |
| kwajongetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kwajongetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ondeugende jongen’ voor het eerst aangetroffen in 1787
Woordfamilie van kwajongen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwajongens | meervoud | kwajongen |
| kwajongetje | verkleinwoord | kwajongen |
| kwajongetjes | verkleinwoord meervoud | kwajongen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwajongen zijn vastgelegd.