kuuroord
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een oord met geneeskrachtige baden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kuuroorden | meervoud |
| kuuroordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kuuroordjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘herstellingsoord’ voor het eerst aangetroffen in 1940
Woordfamilie van kuuroord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kuuroorden | meervoud | kuuroord |
| kuuroordje | verkleinwoord | kuuroord |
| kuuroordjes | verkleinwoord meervoud | kuuroord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuuroord zijn vastgelegd.