kunstbeen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- prothesevoorziening, samengesteld uit onderdelen of componenten, bedoeld om in functie, gebruik, uiterlijk (of een combinatie hiervan) een niet (meer) bestaand oorspronkelijk been of gedeelte daarvan te vervangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kunstbeentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kunstbeentjes | verkleinwoord, meervoud |
| kunstbenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kunst en been
Woordfamilie van kunstbeen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kunstbeentje | verkleinwoord | kunstbeen |
| kunstbeentjes | verkleinwoord meervoud | kunstbeen |
| kunstbenen | meervoud | kunstbeen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kunstbeen zijn vastgelegd.