kuitenbijter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stevige klim tijdens een wandel- of fietstocht
- fanatieke, volhardende mandekker bij het voetbal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kuitenbijters | meervoud |
| kuitenbijtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kuitenbijtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kuit zn en bijter zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van kuitenbijter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kuitenbijters | meervoud | kuitenbijter |
| kuitenbijtertje | verkleinwoord | kuitenbijter |
| kuitenbijtertjes | verkleinwoord meervoud | kuitenbijter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuitenbijter zijn vastgelegd.