kuipstoel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stoel waarvan de rugleuning en de armleuningen samen een kommetje vormen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kuipstoelen | meervoud |
| kuipstoeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kuipstoeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kuip en stoel
Woordfamilie van kuipstoel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kuipstoelen | meervoud | kuipstoel |
| kuipstoeltje | verkleinwoord | kuipstoel |
| kuipstoeltjes | verkleinwoord meervoud | kuipstoel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kuipstoel zijn vastgelegd.