kubus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een regelmatig zesvlakkig lichaam, begrensd door zes gelijke vierkanten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kubusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kubusjes | verkleinwoord, meervoud |
| kubussen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hexaëder’ voor het eerst aangetroffen in 1625
Woordfamilie van kubus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kubusje | verkleinwoord | kubus |
| kubusjes | verkleinwoord meervoud | kubus |
| kubussen | meervoud | kubus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kubus zijn vastgelegd.