kruisschroevendraaier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een schroevendraaier om kruisschroef|kruisschroeven vast of los te draaien
zelfstandig naamwoord — masculine
- een schroevendraaier om kruisschroeven vast of los te draaien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kruisschroevendraaiers | meervoud |
| kruisschroevendraaiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kruisschroevendraaiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kruis en schroevendraaier
Woordfamilie van kruisschroevendraaier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kruisschroevendraaiers | meervoud | kruisschroevendraaier |
| kruisschroevendraaiertje | verkleinwoord | kruisschroevendraaier |
| kruisschroevendraaiertjes | verkleinwoord meervoud | kruisschroevendraaier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruisschroevendraaier zijn vastgelegd.