kruisarm
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het korte liggende hout van een kruis
- transept van een kruiskerk
- de twee aan twee elkaar kruisende balken van een rad
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kruisarmen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kruis zn en arm zn
Woordfamilie van kruisarm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kruisarmen | meervoud | kruisarm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kruisarm zijn vastgelegd.