kroonjuweel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kroon en andere juwelen van een koningshuis
- het beste van het beste, het belangrijkste van het belangrijkste, het meest begeerlijke
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kroonjuweeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kroonjuweeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| kroonjuwelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kroon en juweel
Woordfamilie van kroonjuweel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kroonjuweeltje | verkleinwoord | kroonjuweel |
| kroonjuweeltjes | verkleinwoord meervoud | kroonjuweel |
| kroonjuwelen | meervoud | kroonjuweel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kroonjuweel zijn vastgelegd.