kramsvogel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae)
zelfstandig naamwoord — masculine
- Turdus pilaris een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kramsvogels | meervoud |
| kramsvogeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kramsvogeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van krams en vogel
Woordfamilie van kramsvogel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kramsvogels | meervoud | kramsvogel |
| kramsvogeltje | verkleinwoord | kramsvogel |
| kramsvogeltjes | verkleinwoord meervoud | kramsvogel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kramsvogel zijn vastgelegd.