koudegetal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- optelsom van de absolute waarde van de etmaalgemiddelde temperatuur|temperaturen beneden het vriespunt tussen 1 oktober en 31 maart als maat voor de strengheid van een winter
zelfstandig naamwoord — neuter
- optelsom van de absolute waarde van de etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt tussen 1 oktober en 31 maart als maat voor de strengheid van een winter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koudegetallen | meervoud |
| koudegetalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koudegetalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koude en getal
Woordfamilie van koudegetal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koudegetallen | meervoud | koudegetal |
| koudegetalletje | verkleinwoord | koudegetal |
| koudegetalletjes | verkleinwoord meervoud | koudegetal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koudegetal zijn vastgelegd.