korjaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- primitieve boot uit West-Indië, gemaakt van een uitgeholde boomstam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| korjaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| korjaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| korjalen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het West-Indische indianentalen, in de betekenis van ‘Surinaamse boot’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1669
Woordfamilie van korjaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| korjaaltje | verkleinwoord | korjaal |
| korjaaltjes | verkleinwoord meervoud | korjaal |
| korjalen | meervoud | korjaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van korjaal zijn vastgelegd.