korenschuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schuur voor het opslaan van graan
- gebied dat belangrijk is voor de graanvoorziening van een groter gebied
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| korenschuren | meervoud |
| korenschuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| korenschuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koren en schuur
Woordfamilie van korenschuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| korenschuren | meervoud | korenschuur |
| korenschuurtje | verkleinwoord | korenschuur |
| korenschuurtjes | verkleinwoord meervoud | korenschuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van korenschuur zijn vastgelegd.