koningspaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het echtpaar van de koningin met diens echtgenoot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koningspaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koningspaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| koningsparen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van koning en paar met het invoegsel -s-
Woordfamilie van koningspaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koningspaartje | verkleinwoord | koningspaar |
| koningspaartjes | verkleinwoord meervoud | koningspaar |
| koningsparen | meervoud | koningspaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koningspaar zijn vastgelegd.