kolos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets heel groots
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kolosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kolosjes | verkleinwoord, meervoud |
| kolossen | meervoud |
Herkomst
van Latijn Colossus, de Kolossus van Rhodos, een van zeven klassieke wereldwonderen; in de betekenis van ‘lichaam of zaak van grote afmetingen’ voor het eerst aangetroffen in 1597
Woordfamilie van kolos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kolosje | verkleinwoord | kolos |
| kolosjes | verkleinwoord meervoud | kolos |
| kolossen | meervoud | kolos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kolos zijn vastgelegd.