koffiestruik
zelfstandig naamwoord ˈkɔfistrœykBetekenis
- altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
Hoe spreek je koffiestruik uit?
/ˈkɔfistrœyk/
Koffiestruik bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| i | riet |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| œy | huis |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Coffea arabica Coffea altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koffiestruiken | meervoud |
| koffiestruikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koffiestruikjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koffie zn en struik zn
Woordfamilie van koffiestruik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koffiestruiken | meervoud | koffiestruik |
| koffiestruikje | verkleinwoord | koffiestruik |
| koffiestruikjes | verkleinwoord meervoud | koffiestruik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koffiestruik zijn vastgelegd.