koffieboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- Coffea arabica Coffea altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koffiebomen | meervoud |
| koffieboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koffieboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koffie en boom
Woordfamilie van koffieboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koffiebomen | meervoud | koffieboom |
| koffieboompje | verkleinwoord | koffieboom |
| koffieboompjes | verkleinwoord meervoud | koffieboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koffieboom zijn vastgelegd.