koelak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- herenboer in het oude Rusland
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koelakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koelakjes | verkleinwoord, meervoud |
| koelakken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘Russische boer’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van koelak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koelakje | verkleinwoord | koelak |
| koelakjes | verkleinwoord meervoud | koelak |
| koelakken | meervoud | koelak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koelak zijn vastgelegd.