koekenbakker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een knoeier, een prutser, een klungel
zelfstandig naamwoord — masculine
- bakker die zich toelegt op het maken van koek of soortgelijk gebak
- onhandig of onbenullig iemand (meestal van het mannelijk geslacht) informal, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koekenbakkers | meervoud |
| koekenbakkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koekenbakkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koek en bakker met het invoegsel -en-
Woordfamilie van koekenbakker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koekenbakkers | meervoud | koekenbakker |
| koekenbakkertje | verkleinwoord | koekenbakker |
| koekenbakkertjes | verkleinwoord meervoud | koekenbakker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koekenbakker zijn vastgelegd.