koeienhuid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de huid van een koe waar leer van gemaakt kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koeienhuiden | meervoud |
| koeienhuidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koeienhuidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koe zn en huid zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van koeienhuid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koeienhuiden | meervoud | koeienhuid |
| koeienhuidje | verkleinwoord | koeienhuid |
| koeienhuidjes | verkleinwoord meervoud | koeienhuid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koeienhuid zijn vastgelegd.