knuist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een samengebalde hand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knuisten | meervoud |
| knuistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knuistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘harde hand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552
Woordfamilie van knuist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knuisten | meervoud | knuist |
| knuistje | verkleinwoord | knuist |
| knuistjes | verkleinwoord meervoud | knuist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knuist zijn vastgelegd.