knoeipot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een slordig persoon die veel knoeit en daardoor zijn omgeving vies maakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knoeipotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knoeipotjes | verkleinwoord, meervoud |
| knoeipotten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘knoeier’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van knoeipot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knoeipotje | verkleinwoord | knoeipot |
| knoeipotjes | verkleinwoord meervoud | knoeipot |
| knoeipotten | meervoud | knoeipot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knoeipot zijn vastgelegd.